Bijna veertien dagen geleden overleed de voorzitter van atletiekvereniging Sparta. Ton was een liefhebber van sport, een levensgoochelaar en bovendien een vriend. Hij wist mij zo'n tien jaar geleden al meteen bij de eerste keer dat ik hem zag te strikken om vrijwilligerswerk te gaan doen. Sparta had een jeugdcommissie nodig en ik sprong samen met anderen in het gat om voor de jeugd leuke activiteiten op te zetten. Ton kwam ik daardoor regelmatig tegen op de club. Maar ook daarbuiten kruisten onze paden zich regelmatig. We hebben geheimen gedeeld rond de geboorte van Femmy en Jelle, we hebben wijn gedronken langs de Vliet, kortom regelmatig gesproken en veel genoten en gelachen.
Wat een voorbeeldmens was hij, onvervangbaar, een echte 'allesman'. Als een vogel is hij in de vlucht neergeschoten. Een hart dat zonder waarschuwing stopt met kloppen, verdomme! Het is zo wreed omdat afscheid nemen niet mogelijk is. Nooit meer zijn lach onder een bovenlip met een snor als de stoffer van een blik. Zijn dood confronteert me met de mijne. Ik zie het verdriet van zijn familie en het verdriet van Arnout. Ik voel mijn eigen bedroefdheid en stel me voor hoe dat straks bij mij zal zijn. Ik zie de volle zaal en hoop dat ook ik zoiets te weeg zal brengen. Want de steun van mensen werkt pijnstillend.
Misschien loop ik in de ogen van anderen te hard vooruit op wat er gaat gebeuren. Maar is het niet logisch als ik er dagelijks mee geconfronteerd wordt? Iedere dag als ik opsta denk ik niet kort na mijn wakker worden aan het noodlot dat mij te wachten staat. Ik kan er niet omheen, het gebeurt gewoon. Mijn vermoeidheid is een reminder, mijn pillen zijn reminders, het feit dat is werkeloos thuiszit maakt me pijnlijk duidelijk dat er iets aan de hand is. Ik ontkom niet aan mijn destinatie. Het is zo. Er daarom ben ik steeds bezig met na te denken hoe mijn ceremonie/partymonie eruit zal moeten zien. Juist omdat ik de tijd heb en in de luxe positie verkeer vooruit te kunnen denken en dus om op mijn manier afscheid te kunnen nemen.
Sinds Ton dood is hoop ik stilletjes dat er leven na de dood bestaat. Ik vreesde eerst allerlei inferieure volkszangers te gaan ontmoeten, maar nu ik weet dat Ton te vinden is, heb ik meteen zin om een vereniging te gaan beginnen en met hem er een groot succes van te maken. Ik krijg allerlei ideeën en zie 'de andere kant' met enig plezier tegemoet. Alles om dat wat gebeurd is nog even terug te kunnen draaien en hem weer tastbaar te maken.
Ik geloof helaas niet echt dat er leven na de dood is. Dus de droom om volop in actie te gaan na mijn tijd, blijft slechts een illusie. Ik zal er voor mijn vertrek nog een feest van moeten maken. Dat lukt op zich aardig omdat ik alweer een hele poos niet ziek ben geweest (even afkloppen). Ik bedenk allerlei leuke klussen voor dit leven en hoop deze ook af te gaan maken. Het ontmoeten van vrienden is van alle activiteiten het meest energie gevend.
Owen wil ondertussen zijn vleugels gaan uitslaan. Hij heeft behoefte aan een eigen stekkie. Een moment dat iedere moeder een keer zal overkomen, maar ik dacht over te slaan gezien mijn gezondheidssituatie. Ar en ik zijn er misschien nog niet helemaal klaar voor maar Owen wist op niet populaire manier duidelijk te maken dat hij dat wel is. Dat gegeven beukte er van de week rauw in. Nu we alweer een kleine week verder zijn, begint het idee te wennen. Of alles financieel mogelijk is, is de vraag. Feit blijft dat we hier te maken hebben met een adolescent die thuiswonen geen fijne optie meer vindt.
Het leven met een zieke moeder is voor mijn kind een pittige situatie. Met uit huis wonen wordt hij minder op de feiten gedrukt. Vooral het leven in een fase waar niet duidelijk een eind aan komt blijkt een zwaar geven. Ik heb alweer ruim twee jaar geleden te horen gekregen dat ik dood ga, maar ik ga maar niet. Het maakt het onduidelijk en ongrijpbaar. Ik kan me wel voorstellen dat het zwaar is om met dat gegeven te leven. Ook Ar vindt het zwaar, niet dat ze per se willen dat het noodlot toeslaat, maar nu leven we zo in niemandsland, een ongrijpbare situatie. Ik denk dat Owen ook wel uit huis had gewild als ons niets boven het hoofd had gehangen. Het is een normaal verlangen, de wens om zelfstandig te zijn.
Loslaten is vinden, is altijd mijn motto geweest. Dus ook nu zal ik mijn huisregel toe moeten passen en durven laten gebeuren. Ook als het financieel niet gaat lukken zal er meer toegeleefd moeten worden naar de mogelijkheid om onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Ik heb liever een kind dat met plezier thuiskomt en de koelkast plundert, dan een rusteloos persoon. Owen doet het niet om mij te kwetsen, dat weet ik zeker. Het uiten van zijn wens had op een leukere manier gekund. Maar ja, gedane zaken nemen geen keer, het is vergeven en we gaan door. Met mij gaat het alweer beter. De komst van de lente brengt altijd veel relationele veranderingen met zich mee. Ik heb heel wat vriendinnen die op de punt van mijn bank zitten en hun hart luchten. Ik omarm en luister. Net zoals anderen mij weer omarmen en luisteren omdat het leven gewoon een gedoetje is. René Gudee (ook overleden op vrijdag 13 maart) wist het zo mooi te zeggen. Ook deze held is er niet meer, De Denker des Vaderlands, jammer! Ook zo een bijzondere 'allesman'.