Iedere dag neem ik een likje gezichtscrème uit een potje dat mijn vader alweer lang geleden mee heeft genomen uit Kroatië. Hij ging daar met zijn goede vriendin Black frequent op vakantie naar een kuuroord en nam dan als souvenir een pot smeersel voor me mee. Ik gebruik het spul al jaren, maar nu komt toch echt de bodem van het laatste potje zodanig in zicht dat ik probeer te raden hoelang ik nog kan smeren. In het begin leek er geen einde aan te komen, maar nu zal ik moeten kiezen. Ga ik voor zuiniger of accepteer ik dat het op is? Als ik voor het laatste kies leg ik me neer bij het laatste stukje tastbare dat me aan Black doet denken. Het confronteert me met het leven en dingen die voorbijgaan.
Ik ben soms bang, vooral de laatste dagen. Ik heb pijn in mijn nek en hij voelt stijf aan. De hele dag door heb ik licht drukkende hoofdpijn. Het belemmert me om een fijne dag te hebben omdat het te nadrukkelijk aanwezig is. Ik vrees dan dat ik dit gevoel zal hebben tot mijn einde en daar word ik somber van. Ik heb de neiging me af te sluiten van de wereld, mijn telefoon te negeren en wens vurig dat niemand aanbelt. Gek genoeg doe ik het tegenovergestelde van wat ik altijd predik, praten. De stilte wordt pas verbroken al Arrie thuis komt, Owen vrij is of als ik zelf toch maar het initiatief neem om de telefoon te pakken.
Neerslachtige gevoelens hebben soms greep op mijn geest en trekken me in een draaikolk naar beneden. Ik wil me ertegen verzetten, maar ik kruip weg en glij mee de diepte in. Ik slaap om niet te voelen, de draak heeft me echter weer te pakken zodra ik wakker word en me realiseer wat me te wachten staat. Ik weet niet wat me te wachten staat, dus ben ik bang voor dat wat ik vrees. Ik vrees thuis te zitten met veel pijn, afgesloten van de maatschappij, angst vergeten te worden en weg te kwijnen in het niets.
Deze gedachten die soms van mijn positieve ik winnen, moet ik bannen uit mijn hoofd. Door mezelf bij de nekharen te pakken en over de muur van loomheid te slepen, kan ik winnen van het monster dat volgens mij echte depressieve gedachten zijn. Ik heb te doen met mensen die het label depressief opgeplakt krijgen. Ik weet, nee ik hoop, dat deze monsterlijke hersenspinsels nooit de overhand krijgen. Ik kan mezelf redden door in actie te komen. Ik zal vaker de telefoon moeten pakken en de uitgestoken hand van vrienden moeten accepteren. Ik weet dat ze er klaar voor staan, ik wil echter het leven van een ander niet verzwaren met mijn klachten en levenspijn.
Ik wil nog zo graag meedoen maar merk dat ik daar steeds minder over te vertellen heb. Ik kan niet bouwen op mijn gevoel van morgen, zelfs niet op mijn gevoel van straks. Ik durf dan ook niets te beloven. Er zijn een aantal afspraken die vast staan in mijn agenda die ik niet makkelijk kan afzeggen. Zo heb ik binnenkort een concert van Ben Howard. De man die me aanmoedigt met zijn muziek om mijn hoofd opgeheven te houden en mijn hart sterk (Keep your head up, keep your heart strong). Ik wil zo graag naar Amsterdam, maar krijg een zweetaanval bij het idee. Hoe kan ik het voor elkaar krijgen om dan, juist dan, fit te zijn? Ik weet dat Prikzus meegaat en dat ik erop kan rekenen dat ze me op de juiste plek krijgt om te zitten. Het blijft spannend en ik zie het niet als een leuke uitdaging, eerder als een hele pittige. Ik voel me zo afgekeurd door mijn lichaam.
Gelukkig blijf ik ook wel weer hele bijzondere dingen meemaken. Zo hadden we alweer het plan om een briefje in de brievenbus van de voormalige kapper aan de Kerklaan te stoppen omdat Arrie en ik ons oog hebben laten vallen op het winkelmeubilair. Er staan praktische kastjes met veel laatjes in het pand dat nu te huur wordt aangeboden. Ik kon de meubelstukken maar niet uit mijn hoofd zetten en dat zette me aan tot daden. Brutaal als ik ben heb ik een brief opgesteld gericht aan de voormalige coiffeur. In plaats van de brief te posten belde ik spontaan aan en trof ik zijn echtgenote aan, haar man bleek in maart overleden te zijn. Op vierenzestigjarige leeftijd is hij overleden aan de gevolgen van darmkanker, zo verdrietig.
Zijn vrouw bleek een zeer open karakter te hebben en zo kwamen we tot een mooi gesprek. Ik vertelde haar over mijn lot en we deelden onze kijk op het leven. Mary is zeer spiritueel ingesteld en gelooft heilig in het feit dat een mens meerdere levens leeft. Ik ben zelf ook van die mening, alleen wel met een slag om de arm. Ik koppel nog teveel een prototype zweeffiguur aan het spirituele leven en wil ook nog graag blijven gronden ondanks mijn geloof in meer dan het aardse. Ik ben zoekende naar een acceptabele mengelmoes. Volgende week heb ik een afspraak met de kappersvrouw om nog verder te praten over het feit dat er meer tussen hemel en aarde is. Ik zie ernaar uit. Ik denk dat het praten over een geestelijk lichaam los van het fysieke me gaat helpen om de komende tijd met een opgeheven hoofd tegemoet te zien.
Ik ben inmiddels alweer een paar dagen verder dan de dagen waarin ik in somberheid gevangen zat. Ik voel me beter en helderder. Het schrijven over de nacht van mijn gedachten heeft geholpen. Na mezelf te hebben opgetrokken en weer verticaal het leven te hebben bekeken, kwam de zon weer op. Contact met mensen haalt me uit het slop en zorgt ervoor dat ik niet afglijd. Ik zou deze zinnen steeds weer terug moeten lezen om te voorkomen dat ik me weer zo voel. Reikend naar de uitgestrekte handen. Het potje crème heb ik gewoon bijgevuld, dat was gelukkig ook een optie.
P.s. Ben Howard heb ik gecanceld. Ik zie er te veel tegenop. Ik draai de cd gewoon een keertje extra en stel me voor dat ik er geweest ben, dat geeft meer rust.