Facebook Astrid Dammler

Facebook Arnout Voogt

De laatste tijd heb ik me omgeven met allerlei mensen die vakantie hebben. Velen zijn naar het buitenland geweest en nemen al hun avonturenverhalen mee. Wijzelf gaan niet meer echt op vakantie omdat ik er heel erg tegenop zie om weken van huis te zijn. Ik kan mijn hoeveelheid energie moeilijk inschatten en daarom hebben we besloten om dus te luisteren naar andermans excursie-ervaringen. Wij leggen ons toe op reizen van slechts maximaal vijf dagen.
Vorige week woensdag zijn we (Arrie, Owen en ik) met de dochter van de buren in de auto gestapt met als einddoel Berlijn. Op reis gaan is altijd wel een spannende aangelegenheid, zeker als je iemand meeneemt die je nog nooit zoveel dagen achter elkaar hebt gezien. Nou, ik kan nu al verklappen dat het een succes was. De DVDB (dochter van de buren) neemt geen blad voor de mond. Alle dingen die ik denk zegt zei en dat levert leuke situaties op waarbij ik rustig achterover kan leunen en zij de opvoeding van mijn zoon op zich neemt. Heerlijk om te zien met hoeveel humor zij dingen kan, en blijkbaar mag, zeggen. Owen daarentegen floept er ook van alles uit en zo werd het een heerlijke vrolijke bende.
Arrie was Ome Wim, de chauffeur van onze trip, ik zorgde verder voor tickets naar verschillende bezienswaardigheden en de contacten met de eigenaresse van het appartement dat we huurden. Mijn Duits is vrij goed dankzij het feit dat mijn vader van origine een Duitser is en ik vele vakanties in ons buurland heb doorgebracht. Dankzij verscheidene verliefdheden leerde ik de taal al snel en dat kwam mede door mijn motivatie om liefdesbrieven te kunnen schrijven. Bij deze dank ik mijn prille liefdes voor hun linguïstische input.
Op naar Berlijn dus. Broodjes, frisdrank en dropjes in tassen op de achterbank maakten de reis tot een succes. Twee uur vroeger dan gepland stonden we voor het appartement. De eigenaresse kon niet eerder komen en wij moesten dus onze tijd doorbrengen in een wijk die ons veel aan de Haagse Schilderswijk deed denken. We hadden de tandem (het is een vouwmodel) mee, achterop de auto. Na een aantal uren zoeken naar buitenshuis vermaak, kwam er een bezwete en hijgende woningbezitster naar de plaats waar ons echte vertier moest beginnen. Ze overhandigde ons de sleutel en we spraken af dat we elkaar over een aantal nachten (ik dacht vier) weer zouden zien. Kort daarna zaten we aan de pizza en frisdrank want de hele wijk bleek halalvoedsel te verkopen en geen alcohol te schenken. Op de straten daarentegen werd volop gedronken en door velen wel meer dan genoeg.
De volgende dag stond de Fernsehturm op het menu. We zouden daar gaan koffie drinken met gebak naar keuze. Omdat ik de tickets al op internet geboekt had hoefden we niet in de rij te staan, erg handig en een goede tip van mijn zus. Het ticket hoefde alleen maar onder een scanapparaat door gehaald te worden en dan konden we ons toegang verschaffen naar het hoogste bouwwerk van Europa. Maar hoe we de tickets ook draaiden we kregen geen groen licht en de poort bleef dus gesloten. Achter ons stonden andere rijcollega's te zuchten dat we hun avontuur onthielden. Na een dame en een heer van de organisatie te hebben gesproken kwamen we er achter dat we een dag te vroeg op onze afspraak waren. Gelukkig zijn de Duitsers zo beleefd en klantvriendelijk dat ze onze ticketdatum veranderden en we niet voor niets gekomen waren. Eenmaal boven genoten we van alles dat de toren ons te bieden had, koffie, kuchen en een adembenemend uitzicht.
De DVDB en Owen gingen daarna huns weegs en ook wij raceten met onze tandem langs de nodige bezienswaardigheden. Tegen de avond aten we gezamenlijk en ging ik zo'n beetje naar bed, terwijl de jongeren onder ons de Duitse Kneipe als doel hadden. Ik moet zeggen dat ik met enige jaloezie kan kijken naar de energie die anderen hebben en tegelijkertijd schrik ik van mijn slinkende kracht. Ik moet steeds meer denken in kleine stappen en korte termijndoelen. Wat een contrast met de veerkracht die ik vroeger had. Wat ben ik toch altijd gezegend geweest met een niet te stoppen power.
Het was goed dat Arrie en ik vroeger naar bed gingen dan de jonge honden, want voor ons stond er een vroeg bezoek aan de Reichstag op het programma. Om 9.30 waren we daar op vrijdagochtend welkom. Eenmaal aangekomen bij het Duitse regeringsgebouw hoefden we weer niet in de rij te wachten omdat we ook dit keer alles via internet geregeld hadden. Met ons papier en identiteitsbewijs in de hand wilden we naar binnen. Helaas bleken we de dag ervoor al verwacht te zijn. Ik had dus de data van beider bezienswaardigheden door elkaar gehaald. Gelukkig waren ook hier de medewerkers erg flexibel en mochten we alsnog naar binnen. Eind goed al goed zou je denken, geen man overboord.
Na het bezoek aan dit prachtige mooie nieuwbouwproject scheurden Arrie en ik weer op onze fiets door de binnenstad. Helaas bleek mijn energie beperkt en moesten we richting onze slaapplek om te rusten.
Later die middag zijn we op zoek gegaan naar de woning waar mijn vader in 1935 geboren is. Het was een hele bijzondere ervaring. Met een zekere spanning zocht ik naar het gebouw waar ik al van kinds af aan een voorstelling van had. Het bleek een gebouw te zijn dat erg goed leek op het plaatje dat ik in mijn verbeelding had verzonnen. We stonden voor een pand met vier woonlagen. Een centrale deur sloot het portiek af. Ik drukte op alle bellen van het bellenplateau, maar kreeg geen reactie. Ik wilde zo graag even binnen kijken. Ik hoopte vurig dat er ondanks de uitgebleven respons toch iemand zou komen en het wonder geschiedde.
Een oude vrouw opende de deur. Ik liet haar het geboortecertificaat van mijn vader zien. Zij woonde er al drieënveertig jaar, niet lang genoeg om mijn vaders familie te kennen. Maar ja, hoe kon het ook, het is al bijna tachtig jaar geleden. Ik mocht van de vrouw het portiek van binnen bekijken en de achtertuin. In de achtertuin bevond zich opnieuw een portiek van een pand dat haaks op het gebouw stond. Ik kon de oude tijd proeven en ruiken. Op de muren stonden mooie florale motieven uit de tijd van de Jugendstil. God, wat was het bijzonder om daar te zijn en even te fantaseren over de korte tijd die mijn vader daar gewoond had, want niet lang na zijn geboorte brak de oorlog uit en moest hij vluchten.
Moe van alle indrukken fietsten we door de meeste geweldige wijk van Berlijn naar 'huis'. Wij aten samen met Owen en de DVDB. Zij gingen 's avonds weer op kroegenpad en wij bleven waar we waren. De volgende dag zouden we op bezoek gaan bij Slot Charlottenburg en de andere twee zouden een fiets huren om Berlijn ook eens op wielen te verkennen. Na een wat onrustige nacht werden we zaterdagmorgen uit ons bed gebeld. Een beetje verdwaasd maakte ik de deur van het appartement open. De zwetende en hijgende eigenaresse stond voor de deur. Met de huurovereenkomst in haar hand maakte ze me attent op de afspraak dat wij die dag zouden vertrekken. Ik wist niet wat ik hoorde. Op het formulier stond inderdaad dat we de zestiende moesten vertrekken en dat had ik dus blijkbaar thuis al verkeerd gedaan. Dit keer ging de wat warrige dame slechts voor een uurtje weg om vervolgens terug te keren en ons te zien vertrekken.
Ik weet nu waarom ik niet meer werk. Ik weet nu dat ik organiseren beter aan een ander kan overlaten. We hebben erg kunnen lachen om al mijn gemaakte blunders. Gelukkig waren alle medereizigers inschikkelijk en zagen het eerder vertrekken ook wel weer als een uitdaging. We hebben Hameln en Hildesheim bezocht. Twee steden die voor mij ook een hele speciale betekenis hebben. Ik hou wel van wat gekkigheid, maar voor wie zeker wil weten waar hij aan toe is, kan mij maar beter niet als reisleider nemen.


Gent 25 jaar later.....Het ziekenhuis bleek geen spat veranderd. Alles was nog hetzelfde, de deuren, de ramen en de vloer. Alles is sterk verouderd, positief gelabeld zou je het vintage kunnen noemen. Veel vertrouwen wekte het hospitaal niet. Gedrieën stapten we net na de middagpauze het gebouw binnen. De Belgen waren nog aan het lunchen, daardoor was de afdeling ruim vijfentwintig minuten niet bereikbaar en moesten we wachten op de dame die het tarief voor het consult eerst moest weten voordat ik kon betalen. Iedere nieuwe patiënt moet eerst naar de kassa alvorens een arts te zien.
Na vijfentachtig euro te hebben neergeteld werd ik eerst onderzocht door een alleraardigst en vriendelijke arts in opleiding. Hij keek, voelde en stelde vragen. In diezelfde tijd dat hij bezig was met standaard onderzoek, was mevrouw professor Denys mijn informatie aan het doornemen die ik uit Nederland had meegenomen. Later bleek dat praktisch alles was meegegeven behalve het meest essentiële, de bloedwaarden. De waarden van het bloed geven de arts oncoloog de meeste informatie over de toename van de kanker, de zo bekende tumormarkers. Waarom het Haga-ziekenhuis deze informatie niet had meegegeven is een interessante vraag, het maakte in ieder geval het direct geven van een oordeel onmogelijk.
Omdat ik twee weken geleden toevallig een programma op tv zag dat ging over het Meander-ziekenhuis in Amersfoort had ik al hele waardevolle informatie gekregen over een behandeling met Rhenium. Rhenium is een middel, een vorm van chemo, dat precies zijn werk doet op de plaatsen waar het nodig is, namelijk bij de metastasen (uitzaaiingen) en niet in het gezonde gebied. Het doel van het middel is het verlichten van de pijn en het tijdelijk stoppen van de groei van tumoren. Ik vroeg aan de Belgische professor of zij het middel te kende. Zij bleken een eigen variant te hebben, Samarium. Hun medicijn zou voor mij effectief kunnen zijn. Het hoeft slechts eenmalig te worden gegeven. De professor had het vermoeden dat Samarium voor mij een geschikte behandeling zou kunnen zijn. Helaas kon zij mij geen zekerheid verschaffen bij gebrek aan de juiste informatie over mijn bloedwaarden.
Nu ik terugdenk aan mijn reis naar België en het bezoek aan het zorgelijk verwaarloosde ziekenhuis, kan ik alleen maar de conclusie trekken dat het zeer effectief had kunnen zijn als ik vanuit Nederland het complete pakket aan informatie had meegekregen. De kwaliteit van de zorg van de zuiderburen zit niet in het verbouwen van ziekenhuizen, maar in de aandacht voor de patiënt. Deze kan ik echt fantastisch noemen. Voor vijfentachtig euro heb ik gedurende anderhalf uur zorg en aandacht gekregen van een arts in opleiding en van een professor, per uur bijna goedkoper dan mijn glazenwasser!
Ik kan niet zeggen dat het niet allemaal voor niets geweest. Zodra ik volgende week met mijn eigen oncoloog heb gesproken en haar vertel wat de mogelijkheden zijn in België, zal ik haar vragen of deze behandeling ook in ons eigen ziekenhuis te krijgen is. Natuurlijk moeten mijn bloedwaarden wel zodanig zijn dat de procedure ook bij mij mogelijk is. Het doel van de behandeling is pijnbestrijding, daarnaast kan het middel ook het leven verlengen.

Nu (twee dagen later) heb ik mijn eigen oncoloog gesproken. Ik heb haar beide middelen voorgelegd. Ze was op de hoogte van het bestaan, maar ook van mijn bloedwaarden. Het gebied waar in het skelet witte bloedplaatjes worden aangemaakt (het is complexer maar ik wil het eenvoudig uitleggen) is bij mij helemaal vol metastasen. Ik heb al een aantal malen op deze plaats radiotherapie gehad, dit werkt goed tegen de pijn maar beschadigt helaas ook dit gebied. De aanmaak van witte bloedcellen en plaatjes is bij mij daardoor zodanig slecht, dat ik er helaas geen behandeling meer bij kan hebben. Zou ik dit wel persé willen dan heb ik blijvende schade en voor altijd een lage weerstand. De kans dat ik dan ziek word en er uit ga zien als een wandelend geraamte is groot. Geen Rhenium of Samarium voor mij dus.
Even leefde ik in de veronderstelling dat ik misschien wat tijd zou kunnen rekken. Toen ik van de week achter mijn nieuwe naaimachine zat bedacht ik me dat de prachtige machine alleen al de moeite waard is om langer voor te willen leven, laat staan mijn gezin en alle dierbaren. Even heb ik lopen dromen over een paar maanden erbij. Ik zal het zonder behandeling moeten doen, geheel op eigen kracht. Ik heb betere pijnstilling gekregen, morfine als lolly in de vorm van een wattenstaaf. Het werkt een stuk beter en al zuigend op mijn nieuwe medicijn voel ik de pijn wegdrijven. Ik voelde me heel gelukkig toen ik mijn eigen oncoloog zag in het nieuwe pand van het Haga ziekenhuis. Ik had het gevoel alsof ik heel even vreemd gegaan was. Maar gelukkig had ik het vooraf verteld en werd het mij onmiddellijk vergeven. Wat is ze lief, mijn mooie lieve arts met haar mooie lange haar en haar enorme betrokkenheid. Natuurlijk brengt België ook wonderen voort voor zij die er baat bij hebben. Voor mij was het een eenmalig retourtje naar onze medische zuiderburen. Een hoop zorg voor een klein bedrag, letterlijk en figuurlijk.
Nu ga ik me focussen op mijn nieuwe wonder naaimachine. Ik heb er al uren achter doorgebracht. Ik maak niets meer in opdracht en probeer stille hints te negeren. Het lukt me steeds beter dankzij de hulp van mijn Leidse therapeut mijn energie te verdelen en 'nee' te zeggen. Mijn zweetaanvallen worden steeds minder, dit schrijf ik terwijl ik er een heb. Dat komt simpelweg omdat ik mezelf opleg dit stukje af te schrijven. Goed idee dus om te stoppen en te luisteren naar mijn lichaam. Ja tempel, ik stop nu.


Vorige week bevond ik me nog in het wonderschone Brugge samen met de Preston-sisters. Urenlang hebben we gelopen door een middeleeuws decor van lieflijke huizen en pittoreske straten. Knabbelend aan een stuk verse noga wandelden we steegjes in om het gevoel van vroeger op te snuiven. Alles in het prachtige stadje is voltooid verleden tijd. Nu runnen uitbaters toeristische attracties waar vele honderdduizenden toeristen gretig hun souvenirs kopen.
Wij probeerden zoveel mogelijk op lokale inwoners te lijken, maar met een stadskaart in de hand viel dat toch moeilijk te ontkennen. In de middag liepen we terug naar een cafe dat we 's morgens al ontdekt hadden. In een oud steegje genoten we van zeldzaam lekker bier en het gezelschap van een Belgisch stel dat die dag hun veertigste huwelijksdag vierde. Ze waren oprecht gelukkig, een prachtig stel dat straalde van top tot teen. Met wat gevoel van jaloezie keek ik naar het echtpaar. Veertig jaar samen...wat mooi als je dat lukt en als het je gegeven wordt. In het gesprek kwam mijn situatie ter sprake. De man was vreselijk aangedaan en de tranen liepen hem over zijn wangen.
Na een poos goed en innig gesproken te hebben vroeg de man me met klem of ik alsjeblieft naar het oncologisch centrum in Gent wilde gaan voor 'een tweede mening'. Ik keek hem in zijn smekende gelaat en kon niet anders dan beloven dat ik contact op zou nemen met het ziekenhuis, dat ik nog kende van vele jaren geleden. Op de maandag na het weekend heb ik direct gebeld, ik bleek nog steeds in het systeem te staan.
Ooit was ik het hospitaal per ambulance binnengebracht omdat ik met 130 km op mijn eerste vakantiedag van mijn motorfiets was gevallen. Ik weet nog dat ik tijdens mijn val zo ontzettend boos was en ik weigerde te sterven. Iets dat niet lang daarvoor aan mijn toenmalige partner was voorspeld door een helderziende. Niet dat hij mij dit nieuws had willen vertellen, maar ik had het  uit hem getrokken nadat hij zich al een aantal weken vreemd gedroeg. De visionaire dame had hem gezegd beter geen kinderen met mij te nemen omdat ik niet oud zou worden. Dit schokkende bericht vertelde hij mij de dag voor onze vakantie.
Ik leefde op het moment van de val in de stellige overtuiging dat deze (zeker met een dergelijke snelheid) absoluut mijn levenseinde zou betekenen. Tijdens de val zag ik een luttele seconde tv-filmbeelden voor me van TT-racers die een rol maken tijdens het vallen. Deze brachten me op het idee om op een dergelijke manier mijn klapper te breken. Of dit mijn leven heeft gered, ik weet het niet, maar ik kwam er met wonderbaarlijk weinig verwondingen vanaf. De gedachte dat ik niet oud zou worden is lang bij me gebleven en ergens altijd wel blijven hangen.
Dat ik nog steeds genoteerd stond in het systeem van het ziekenhuis verbaasde me wel enigszins, het was immers voor het digitale tijdperk, ruim vijfentwintig jaar geleden. Zal deze plek in Gent weer een pleister op de wond kunnen leggen en mijn leven kunnen redden? Misschien heb ik toen mijn Joker ingezet en zijn de jaren na het ongeluk wel bonusjaren geweest. Had de waarzegster gelijk? Ik verwacht geen wonderen en denk volgende week dezelfde diagnose te krijgen, hooguit een alternatievere levensverlengende behandeling. In ieder geval doe ik iets dat velen mij de afgelopen periode al hebben gevraagd, een second opinion aanvragen. Het blijft frappant dat ik door de smeekbede van een geëmotioneerde Belg weer voor de deur kom te staan bij hetzelfde ziekenhuis....
Het weekend in Brugge hebben we genoten en veel gesproken. We hebben onze visie op het leven gedeeld en gelachen. Het bier in het café smaakte goed, het aansluitende boottochtje was iets teveel van het goede. Ik was even vergeten dat ik bij iedere schommeling van een boot misselijk wordt en zo gebeurde het dat ik een kleine tien minuten na de tour met mijn maaginhoud de voegen vulde van de kasseien van België's mooiste stadje. Ik had misschien iets teveel hooi op mijn vork genomen en was met het urenlange lopen over mijn grens gegaan.
Al weken ben ik nu mijn energieniveau aan het noteren om bewuster te zijn van van mijn fysieke tolerantie. Maandag en dinsdag waren vreemde dagen. Mijn lichaam voelde aan de rechterzijde vreemd aan. Het was zo een onbestemd gevoel dat ik het ziekenhuis raadpleegde. Voor ik het wist was ik weer op de eerste hulp en lag ik een flink aantal uren later in een ziekenhuisbed op de 15e etage. Een afdeling waar je maar liever niet moet komen te liggen omdat op die afdeling iedereen kanker heeft. Maar natuurlijk zijn er ook nog genoeg mensen die het wel overleven, laten we dat niet vergeten.
Woensdagochtend kreeg ik een MRI van mijn hersenen. De verpleegkundige kwam me na de lunch vragen of ik de uitslag om 14.00 of om 16.30 wilde hebben en of ik mijn partner ook wilde uitnodigen voor de uitslag. Mijn hemel, ik schrok behoorlijk van de manier waarop het geheel werd geformuleerd. Zou er dan iets in mijn hoofd gevonden zijn? Natuurlijk hebben we voor de eerste tijd gekozen en Arrie kwam volledig bezweet aan. De arts kwam de zaal op en vroeg ons naar een aparte ruimte te komen. De set-up van het gesprek kon niet erger worden. Gelukkig bleek mijn hoofd 'schoon' te zijn, wat een enorme opluchting en wat een geluk.
Thuis las ik in de krant over het vreselijke ongeluk met de Maleisische vliegtuigmaatschappij. Heeft het lot dat ook voorbestemd? En hebben de mensen die de vlucht gemist hebben bescherming van God gehad? En al die anderen dan, hadden die daar geen recht op? Sinds die tijd voel ik me volledig in de war. Wat is toch de bedoeling van het leven? Hoe vreselijk oneerlijk, onredelijk, wreed, walgelijk en wat nog meer is het als mensen in de bloei van hun bestaan uit het leven gerukt worden. Ik heb door deze gedachten weinig op mijn lichaam gelet. Ik heb er wel naar geluisterd, dat wel, maar ik heb onbestemde gevoelens even gelaten voor wat ze waren.
Ik probeer net al velen om mij heen een balans te vinden in het leven. Ik geniet van de kids die net twee zijn geworden en hoop met alle hoop op de wereld dat ons verder leed bespaard zal blijven. Ik ga niet teveel proberen te verdrinken in het verdriet omdat ik anders ook weer vergeet dat het leven ook wel degelijk de moeite waard is. Ook al is dat even erg moeilijk voor te stellen. Volgende week naar Gent, ik hoop dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn. Aan de andere kant blijf ik realistisch. In toeval heb ik nooit geloofd en ik hoop stiekem dat iemand me stuurt. Maar ik heb deze week ook geleerd dat het lot niet altijd tot gunstige zaken leidt en dat er ook zeer zinloze wendingen zijn.





Vanmorgen ben ik voor de derde keer in Leiden geweest voor een praatsessie met een zeer doortastende therapeute. Ik heb huiswerk, niet alleen goede voornemens maar ook actie. Ik ga aan de slag om 'moeten' te bevechten. Mijn wensen zal ik gaan afstemmen op de hoeveelheid energie die ik heb. De mate van energie wordt verdeeld over vijf niveaus 0 t/m 4. Bij 0 hang ik met mijn tong uit mijn mond op de bank en bij 4 voel ik me energiek genoeg om een normale mensendag door te komen. Het niveau bepaalt dus hoeveel ik aankan.
Nu is het aan mij om mezelf zodanig goed in te schatten dat ik niet over mijn grenzen ga en dat ik zuinig ben met de verdeling. Geen eenvoudige taak. Deze ochtend gaf ik mijn energie een 2 en daar zit ik nog steeds op. Een goede reden om de bank als beste vriend uit te roepen en schrijven als laagdrempelige activiteit daaraan te koppelen. Alle dingen die ik voortaan doe ga ik (zo luid het advies) aan tijd verbinden. Hoe leuk de dingen ook zijn die ik doe, een half uur naaimachine wordt een half uur naaimachine en niets hoeft af. Wow, wat een opdracht. Alles wordt dus super concreet en tijdgebonden.
Wil ik mezelf uit het dal van de burning-out halen, dan zal ik iets moeten doen wat me in vijftig jaar nog niet gelukt is; grenzen stellen en moeten toegeven dat ik iets niet meer kan, in ieder geval vandaag niet. De therapeute waarschuwde me dat ik door deze maatregelen toe te passen mezelf minder populair zou kunnen maken. Astrid die 'nee' zegt komt niet vaak voor. Dat komt niet alleen omdat ik het moeilijk vind, maar ook omdat ik zoveel heel leuk vind om te doen. Toch heb ik maar een hoeveelheid daadkracht en het zal niet meer worden, alleen maar minder. En als ik op blijf branden, dan zal die hoeveelheid alleen maar sneller op zijn.
De komende vier weken ga ik proberen om vier keer per dag een rapportcijfer te geven aan mijn vitaliteit. Activiteiten die meer van me vragen dan ik in voorraad heb zal ik moeten beperken of zelfs afstoten. Het is een hele uitdaging om deze opdracht uit te voeren. Ik zie mezelf al lopen met een schrift in mijn hand. Dat wordt natuurlijk de iPhone aangezien die het makkelijkste voorhanden is. Niemand hoeft voor mij te denken of te beperken, dat moet ik zelf doen. Dus laat mij mijn gevecht maar aangaan.
Ondertussen ben ik de laatste weken steeds meer op zoek gegaan naar de zin van het bestaan en de eventuele verantwoordelijke voor het feit dat ik besta. Nou weet ik wel dat ik door een daad van mijn ouders op aarde ben gekomen, maar ik heb behoefte aan meer. Luisterend naar de teksten op cd's van Mumford and Sons, ben ik nieuwsgierig geworden naar zinnen als "Meet your maker" en "Awake my soul". Het zijn hele hippe muzikanten met teksten die me nieuwsgierig maken naar meer. Wat als er nu wel een god bestaat? Wat als er wel een schepper is?
Ik wil door niemand bekeerd worden en zie in de verschrikkelijke oorlogen op de wereld het geloof meer als een oorzaak dan een oplossing. Geen man met een baard, geen strenge regels en toch moet er iets zijn. Tijdens mijn slaap kreeg ik vorige week een boodschap-droom. Het is een soort bewuste slaap waarin een mededeling wordt gegeven waar ik iets mee moet. Ik kreeg de opdracht om met bomen te gaan knuffelen en zo te aarden om mijn energie kwijt te kunnen via de wortels. Op zich niet eens een echt gek idee aangezien prinses Irene daarin al eens is voorgegaan.
Kort voor deze boodschap-droom had ik een gesprek gehad met een hele sympathieke buurman die een fervent aanhanger is van een Christelijk geloof dat ergens in een kleine gemeenschap gepredikt wordt. Hem heb ik vragen gesteld over zijn visie op god en welke rol dit in zijn leven heeft. Hij maakt altijd een blije en tevreden indruk en is tevens goed benaderbaar voor kritische vragen. Ik wilde zo graag van hem weten hoe hij het leven na de dood ziet. Als het waar is wat hij zegt wil ik ook zo graag geloven en me overgeven opdat ik straks niet het gevoel heb dat ik alleen kom te staan. Maar ondanks zijn mooie woorden en de moeite om mee te gaan in zijn gedachtengoed, is het me tot op heden niet gelukt.
Bomen knuffelen leek een makkelijk haalbaarder doel. Dus de dag na mijn bewuste droom koos ik in een nabij gelegen park een mooie boom uit. Ik keek een aantal malen om me heen of ik niemand zag en greep mijn kans. Ik sloeg mijn armen om het prachtig stukje natuur, sloot mijn ogen en probeerde mijn energie in de boom te laten verdwijnen met de hoop dat ik ook energie zou terugkrijgen. Omdat ik niet zeker wist of ik gezien werd, raffelde ik mijn daad wat af en liep verder naar het buurtwinkeltje om wat chips te halen en dan maar mijn emoties weg te eten.
‘s Middags toen Arrie thuiskwam vertelde ik hem mijn avontuur. Hij vroeg zich af of het gelukt was. Ik zei hem dat ik op het moment van omarming geen opvlieger had en dus niet wist of het gewerkt had. Terwijl ik mijn relaas deed voelde ik de stoom uit mijn oren komen. Ik rende de tuindeur door en bij de eerste de beste boom stond ik stil voor een innige omarming om te kijken of het deze keer wel ging lukken om stoom af te blazen en het via de wortels in de aarde te laten verdwijnen. Na deze inspanning opende ik mijn ogen en keek ik recht in de ogen van de Christelijke buurman. Ik wilde hem vertellen waar ik mee bezig was, maar hij was aan de telefoon in een zakelijk gesprek verwikkeld. Mijn uitleg had hij dus nog te goed.
Later op de avond ging de bel. Het was de buurman, hij was toch wel heel nieuwsgierig naar hetgeen hij had waargenomen. Ik legde hem uit dat ik een boodschap-droom had gehad en dat ik slechts uitvoerde wat me opgedragen was. Hij moest vriendelijk lachen en gaf me het advies om op zoek te gaan naar de schepper van de boom. Tja... daar had hij een punt. Ik heb hem beloofd een keer mee te gaan naar zijn gemeenschap waar hij zoveel geluk vindt. Ik wil het een kans geven. Ik zeg eerlijk dat ik wel eens jaloers ben op mensen met zo een rotsvast vertrouwen.
Ik weet en geloof dat er ergens wel een superkracht is. Iets dat sterker is dan alles op aarde. Ik vind het leuk om erover na te denken, ik wil niet bekeerd worden. Ik wil zelf vinden. Ik weet dat het komt omdat ik toch ergens hoop dat hetgeen dat aan de andere kant van het leven is, ook de moeite waard is. Tot die tijd ga ik dus netjes mijn opdrachten uitvoeren om mezelf weer in balans te krijgen, mijn energie verdelen over zaken die van belang zijn en hopen dat mensen om me heen begrip hebben voor de keuzes die ik moet maken om mezelf op de rails te houden.


Beste cellen (tuig van de richel)

Ooit zijn jullie zo brutaal geweest om zonder mijn toestemming bezit te nemen van delen van mijn lichaam, mijn tempel. Gek genoeg weet ik daarvan niet meer precies de datum, jullie waarschijnlijk wel. Jullie waren er eerder dat de datum waarop het mij verteld werd. Maar liefst zo'n vier vierkante centimeter hadden jullie ingenomen, een hele schok kan ik wel zeggen. Een grote plek voor miezerige wezentjes als jullie. Ik denk dat ik verhoudingsgewijs wel kan spreken van een zeer riante villa. Iedereen was van de leg en angst voor de dood kwam even kijken, want van onschuldige krakers konden we niet spreken.
Het hele domein rond jullie bezette gebied, zeg maar even voor het gemak de tuin, was besmet. Om jullie kwijt te raken was er haast geboden. Jullie hele residentie inclusief vervuilde grond moest worden verwijderd, geamputeerd. Op de plek waar jullie hadden huisgehouden (mooie woordspelling voor gannef zoals jullie) is een uit silicone bestaande bult komen te staan. De bult vulde maar net mijn cup (geen wereldcup maar van een bh). Ik was er toen heel blij mee, het verzachte het leed van het missen van warm vlees met in het midden een gevoelige stip (dit heeft ook weer niets met het WK te maken). Ik leg alles maar uit omdat ik geen idee heb hoe slim jullie zijn.
In 2009 hebben jullie je, vergelijkbaar met ISIS-strijders, bekend gemaakt. Waar kwamen jullie vandaan, hoe kwam het dat jullie ineens met zovelen je op één plek konden groeperen? Ik heb me nooit af gevraagd waarom jullie mij hebben gekozen. Ik ben zelfs niet eens boos geweest. Ik dacht dat ik jullie met positief denken kon vergiftigen. Daar heb ik echt mijn best voor gedaan. En toch wist ik onbewust bewust dat het niet genoeg was. Ook de chemische oorlogvoering van mijn kant mocht niet baten. Met alle liefde offerde ik mijn haar op, dat vond ik geen probleem. Maar ik kwam ook in de overgang en werd ik chemisch gecastreerd (een label dat ik tijdens een sessie bij een seksuoloog opgeplakt kreeg). "Leer er maar mee leven, want leven daar draait het toch om?" Advies van een wat verwaarloost uitziende wijdbeens zittende voormalig NVSH-voorvechter met een rok tot net boven de knie. "Wrijf maar op een ander plekje" luidde het advies, maar dit terzijde.
Ik heb altijd gehoopt dat alle schade wel mee zou vallen en geprobeerd te geloven in het tegendeel van mijn onbewuste weten. Ik ben gaan studeren en heb mezelf dikwijls afgevraagd of ik zoveel van mijn tijd zou hebben gegeven aan het ontwikkelen van mijn Nederlandse taal als ik geweten had dat jullie terug waren gekomen, gluiperds! Jullie zijn gewoon nooit weggeweest. Jullie lagen op de loer op bekkenhoogte en ik zeg het eerlijk, jullie voelde als onontdekte bermbommen.
Op de vraag van vrienden of gewoon mensen die mijn verhaal hoorde of ik 'schoon' was, heb ik altijd schouderophalend geantwoord: "Wat is 'schoon'"?
Ik weet dat ik de datum op kan zoeken in mijn dagboek om te kijken wanneer jullie officieel tot medebewoners werden uitgeroepen. Dan kan ik zeggen dat het vijf jaar vijf maanden en zoveel dagen geleden was. Maar voor jullie wil ik niet opstaan, niet meer. Ik ben veel te aardig geweest. Ik heb jullie geprobeerd te lijmen, tot vriend te maken, te accepteren. Maar ook dat lukt vandaag niet, misschien morgen weer. Het is ook wel eens goed om pissig te zijn.
Kon ik één van jullie maar een recht in de ogen aankijken en vertellen wat jullie allemaal kapotmaken, niet alleen bij mezelf maar bij zovelen. Gezinnen waar vaders en moeders worden weggerukt, geliefden worden gestolen en kinderen gemarteld. Ik kan me niet voorstellen dat jullie trots zijn op jezelf. Kijk eens om je heen en hou eens op! Trek je terug! Jullie lijken echt op zovele terreurdaders in de wereld die soms op oorlog lijken te geilen. (excusez les mots).Ik weet dat ik met deze brief jullie destructieve karakter niet zal kunnen veranderen. Maar het voelt goed om jullie te laten weten wat de gevolgen zijn van jullie zo willekeurig uitgekozen oorzaken. Ik wil niet alleen voor mezelf boos zijn maar ook voor alle anderen, het voelt lekker.
Ik heb deze week te horen gekregen dat jullie niet alleen in mijn bekken, ruggengraat, en ribben zitten. Maar jullie hebben ook mijn borstbeen veroverd, in medische taal het sternum genoemd. Jullie zitten dus in de buurt van mijn hart. Maar mijn hart krijgen jullie niet, nooit. De oncoloog denkt dat ik nog wel een jaar meekan. Ik heb zelf ooit het jaar 2015 genoemd en ook zij vindt dat realistisch. Het schijnt dat jullie me dan op de knieën proberen te krijgen. Nou weet je natuurlijk maar nooit, maar ook voor mij voelt dit werkelijk. Ik weet dat ik nu heel veel mensen die mijn brief aan jullie lezen, aan het schrikken maak. Ik ben al veel langer aan de gedachte gewend.
Omdat jullie zo grof en onbeschoft zijn, tuig van de richel, vind ik het gerechtigd dat ik jullie deze brief met deze toon schrijf . Ik wil dat jullie weten dat ik jullie niet alleen onderdak verschaf. Ik moet daarvoor bakken medicatie slikken en snuiven. Morfine is bijna mijn tweede naam geworden. Ik ben vaak bang dat ik het niet in de buurt heb omdat ik anders de pijn die jullie sloopwerkzaamheden veroorzaken, niet kan verdragen. Mijn lieve man en lieve anderen wrijven zich een ongeluk om mijn benen een beetje van kommer te ontzien.
Ik weet niet hoe het met jullie gevoel van tijd zit, maar in die vijf jaar dat jullie nu al bezig zijn (zij het met een een tijdelijke splintergroepering) is er veel gebeurd. Omdat ik graag altijd positief wil zijn in elke situatie en begrip op wil brengen voor iedereen (misschien hebben jullie een slechte jeugd gehad?) wil ik jullie bedanken. Dan zullen jullie wel denken:" Bedanken? Waar komt dat opeens vandaan?" Ik wil jullie bedanken dat jullie mijn longen, lever en nieren met rust hebben gelaten. Natuurlijk wil ik jullie niet op ideeën brengen, dus ga niet googlen op internet naar welke organen dit zijn. Laat het voor nu maar even zo, mijn skelet kan schijnbaar heel wat (ver)dragen.
Ik was de brief redelijk netjes begonnen, misschien omdat ik dacht dat er nog wat te winnen viel. Maar ik heb er net iets tussen haakjes achteraan gezet, want ik voel mijn boosheid gestaag groeien. Zeker als ik denk aan mijn zoon. Hij moet het straks zonder moeder doen. Jullie gunnen zijn eventuele kinderen geen knotsgekke oma. Jullie nemen hem zijn vraagbaak af. Want weten jullie wel dat we een hele sterke band hebben? Dat we bijna tien jaar samen zijn geweest voordat Arrie in ons leven kwam? Ik wil graag nog zoveel met hem doen en nog zoveel met hem delen en jullie nemen ons dat af.
Mijn laatste alinea aan jullie gaat nu in. Ik weet niet of me een vol jaar gegeven wordt, of langer. Ik wil jullie wel vertellen dat ik ga zorgen dat ik zo min mogelijk last van jullie heb. Ik ga zoeken naar innerlijke rust opdat jullie mijn gedachten niet winnen en voortdurend in beslag nemen. Wie weet is er zelfs nog wel iets wat ik later zonder mijn tempel kan betekenen. Ik ben op zoek. Ik hoop met hulp van mijn geliefden (familie, vrienden en ook kennissen) er een mooie tijd van te maken. Ik heb jullie al gewaarschuwd dat jullie mijn hart nooit zullen krijgen, zelfs als het niet meer tikt. Mijn hart is veel groter dan slechts een orgaan in een lichaam en het werkt samen met mijn ziel. Ik kan wel zeggen, een onoverwinnelijke duo. Dus laat ik het er voor nu even bij.

Met hart en ziel Astrid

P.S. Vandaag radiotherapie gehad om de pijn in mijn rug te verminderen. Ik ben misselijk en lig in bed. Een emmer is even mijn handigste gereedschap. Ik heb het er voor over. Zo snel krijgen jullie mij niet klein.


Ik probeer mezelf vrolijk te denken en me niet mee te laten sleuren met sombere gedachten die me als een modderstroom meeslepen. De zon schijnt. Ik hoor bouwvakkers werken, brommers rijden voorbij. Het is het geluid van het gewone leven. Ik vraag me af waar ik bij hoor. Weet er iemand dat ik in de tuin zit en luister? Soms ben ik jaloers op mensen die niet denken. Wat lijkt het me heerlijk om even pauze te hebben van mijn gedachten.
Op de dag dat ik dit schreef kregen de meeste examenkandidaten uitslag van hun examen. Ze hebben nog een heel leven voor zich. Wat is een heel leven? Ik weet nog dat ik slaagde voor mijn eerste hbo opleiding. De mavo en het vhbo had ik toen al ver achter me gelaten. Vier jaar had ik in Baarn (of all places) gestudeerd en ik woonde in Amersfoort. Tijdens de diploma-uitreiking kregen alle studenten een spreuk mee van onze mentor. Ik ben de mijne nooit vergeten: "Moeten is een bitter kruid, alle dwang is onaangenaam".
Ik verbaas me er met terugwerkende kracht over hoe mijn mentrix dat zo goed gezien heeft. Het is precies die dwang, maar dan door mezelf gecreëerd, die me de das omdoet. Gek eigenlijk dat iets wat ik zo niet opgelegd wilde krijgen, iets is geworden waar ik mezelf een leven lang mee heb opgezadeld. Natuurlijk ben ik een mengelmoes van aangeboren temperament, opvoedingsnormen en externe factoren die op mijn pad zijn gekomen. Ik ben ook best tevreden met de wilskracht en mijn ijzeren doorzettingsvermogen. Nu wil ik echter ontheffing en daar moet ik vooral mezelf toestemming voor vragen.
Met schijven heb ik vanaf 1978 mijn gedachten kunnen uiten en ordenen. Ik heb het altijd voor mezelf gedaan. Er zat nooit het idee achter om het met meerderen, laat staan velen te delen. Hooguit las is mijn verhalen voor aan mijn toenmalige partners om mijn ergernissen te ventileren, mijn liefde te uiten of een passievol verhaal op te dragen. Schrijven heeft altijd helend gewerkt, vandaar dat ik vandaag bewust, sneller dan normaal mijn Ipad pakte om mezelf uit het slop te halen. Toch ben ik me ook bewust van het feit dat de door mij zo goed bedoelde woorden door anderen zo anders kunnen worden geïnterpreteerd en begrepen.
Ik wil rust in mijn hoofd en voorkomen dat duisternis mijn dagen vult. Ik haal bewuster adem en hoop binnenkort met de therapie die ik krijg bij de organisatie Vruchtenburg een weg te vinden om het categorisch platbranden van mezelf te stoppen. Misschien moet ik dan ook wel weer meer voor mezelf gaan schrijven Sommige gedachten wil ik wel delen, maar durf ik niet te delen. Terwijl ik weet dat het nog meer inzicht zou geven over wat er in me omgaat.
Ik lees wel eens een blog van lotgenoten. Deze zijn van verschillende vorm en inhoud. Sommige direct en anderen vooral informatief lijkend op een agenda met toelichting. Ik weet niet hoeveel iedereen wil weten en ook niet hoever ik zelf wil gaan in deze tijd. Ik merk dat ik het aantal commentaren onderaan mijn blog ga zien als een beoordeling van de inhoud, alsof bij mindere kwaliteit de strenge recensenten zwijgen om me niet te kwetsen. Dat is natuurlijk ook weer typisch iets voor mij om alles als een beoordeling te zien.
Misschien moet ik het zien als de analysering van de opkomst bij verkiezingen. Mooi weer als verzachtende omstandigheden, want dan is iedereen op pad, vakantietijd dan zijn er minder mensen thuis, wk voetbal dan kijkt iedereen tv, examentijd dan is iedereen aan het feesten, en wat nog meer. Beter is het om te stoppen om te schrijven voor anderen en het doel ervan weer aan mezelf te koppelen. Ik kan helen met woorden, laat ik dat dan ook doen, bij mezelf. En later is het voor Owen en Arrie en voor wie het wil lezen.
Afgelopen vrijdag de dertiende was ik zes jaar getrouwd. Wow, wie had dat gedacht. De langste relatie van mijn leven, met de liefste man van mijn leven. Hij bewijst het iedere dag en steeds meer. Vooral nu ik veel huil en sombere gedachten ineens ook bij me horen vind ik het zo mooi dat hij een weg probeert te vinden om me te steunen. Natuurlijk lukt dat niet altijd. Het is voor hem ook de eerste keer dat hij in deze situatie terecht komt. Hij is gewend dat ik de initiatiefnemer ben, dat ik sterk ben en onverwoestbaar. Dat ik raad weet en bepaal wat ik ga koken. Nu wordt hij door mij op de meest onverwachte momenten aan zijn lot overgelaten, ten minste zo zie ik dat.
Zoveel aandacht gaat uit naar mij, terwijl hij het applaus verdient, wat zeg ik, een staande ovatie. Hij heeft net als ik last van kanker, last van mijn kanker. Het is soms tasten in het duister niet wetende wat morgen gaat brengen. Wat doet zijn partner, hoe is haar stemming, hoe is het met de pijn, moet hij op de rem staan of juist stimuleren. Ook ik ben denk ik wel veranderd de afgelopen anderhalf jaar. Ik wil niet zeggen dat het zo ingrijpend is als bij een TIA of Alzheimer, maar ieder mens hervormt door ingrijpende gebeurtenissen. Of het in mijn geval om positieve hervorming gaat of vervorming, dat wil ik graag evalueren. Dat wil ik niet na mijn tijd doen, maar nu. Door te blijven schrijven, door mezelf met een imaginaire camera te bekijken. Niet langer te bestraffen maar met een milde realistische blik. Ik wil het doen, niet alleen voor mij alleen maar ook voor zij die last hebben van mijn strenge beoordeling van mezelf.


De dagen zijn kort maar duren soms lang. Ik heb weken geworsteld en probeer mezelf te vinden. Ik weet wel wie ik was, maar niet meer wie ik ben. Ik weet dat ik graag geef. Geven is voor mij bijna gelijk aan ontvangen. Ik word er blij van, dus dat is mijn geschenk. Het is zoeken naar balans omdat ik anders opbrand, letterlijk en figuurlijk.
Praktisch alles wat ik doe, doe ik met passie. Koken, sporten, naaien, schrijven en zelfs strijken en schoonmaken. Het begint met drang, de wil om iets te doen. Jarenlang heb ik het volgehouden, zelfs als het me niet uitkwam zei ik geen nee. Mijn bron van energie leek wel magisch. Ik heb langzaam geleerd te bouwen op de tomeloze energie en onzekerheden opzij gezet. Ook de afgelopen anderhalf jaar heb ik dit gedaan. Ik heb de haarscheurtjes genegeerd en ben verder gegaan.
Mijn overgangsklachten worden steeds erger. Zweetaanvallen worden intenser en frequenter. Alles wat ik doe ervaar ik als moeten. Passie verdwijnt en schuldgevoel rukt op. Ik ben streng voor mezelf. Voel me egoïstisch als ik aan mezelf denk, als ik te lang ik bed lig, als ik op de bank zit, als ik een film kijk, als ik geen zin heb om te koken, als ik mijn belofte van projecten nog niet af heb. De druk is te groot. Ik lijk wel een snelkookpan die op ontploffen staat. Soms gebeurt het ook, dan huil ik en wil ik weg, weg van alles. Dan wil ik alvast een voorschot op mijn noodlot krijgen. Zo diep voel ik me zinken.
Owen kwam met een moeilijk dilemma. Hij twijfelde over zijn toekomstbeeld. Hij was aan het broeden en deelde zijn weifeling. Ik voelde met hem mee. Ik voelde de pijn in mij van het naderende afscheid van Schodo. Ik brak en viel zowat uit elkaar. Ik begreep zijn overwegingen en drong aan op actie. Openheid en eerlijkheid staan bij mij hoog in het vaandel. Ook al kost het koppen, trouwhartigheid boven alles! Mijn kind nam een moeilijke beslissing en beëindigde zijn relatie. Ik was nog niet klaar voor een afscheid en zeker niet van een meisje dat voelde alsof ze m'n eigen dochter was.
Een dag later kwam Prikzus langs. Zij sprak het vermoeden van een burn-out uit. Haar vermoeden kwam als een geschenk uit de hemel. Ik heb dus helemaal niet zulke heftige opvliegers, ik ben mezelf aan het opbranden. Ik heb van elke drang dwang gemaakt. Vanaf dat moment ben ik meteen in actie gekomen. Al diezelfde middag was ik in contact met een hulpverleningsorganisatie die speciaal steun biedt aan mensen met kanker of hun naasten. Al een dag erna had ik een afspraak voor deze week. En afgelopen dinsdag had ik de intake.
Ik werd door mijn vader naar Leiden gereden. In een prachtig pand werd ik ontvangen door twee vrouwen die me meteen al leken te begrijpen en me al snel bevestigden dat een vermoeden van burn-out klopte. Wat werkt erkenning toch rustgevend. De hulpverlenende dames keken niet raar op van mijn verhaal. Toen ik hen mijn verhaal schetste begreep ik ook wel waar het probleem is ontstaan. Mijn eeuwige 'moeten' gekoppeld aan een ik die ik al lang niet meer ben werkt verwoestend. Ik overvraag mezelf te vaak en zie het niet kunnen opbrengen en naleven van beloftes als falen. Het zorgt voor paniek waarbij het zweet met bakken van mijn lijf loopt.
Sinds het besef dat ik zal moeten leren omgaan met mijn burn-out, heb ik heel goed opgelet. Ik heb mezelf als het ware geobserveerd. Ik merk dat bij de minste druk het huidvocht weer parelt langs mijn slapen. Het gebeurt soms bij zaken die ik niet zie aankomen, naar een verkeerde zender zappen op tv, denken aan wat ik moet koken, het vergeten van kleine dingen. De onzichtbare spanning houdt me in haar greep. Ik weet niet wanneer iets stress oplevert, het overkomt me.
Ik probeer even zo spanningsloos mogelijk te leven, mezelf van taken te ontheffen. Schrijven is iets dat ik graag doe, maar nu ik weet dat er verwachtingen liggen, valt het me zwaar. Ook daarbij is de druk toegenomen. Ik zit met een deken om me heen en ben van top tot teen doorweekt. Eerst warm, dan koud. Hoe kan het me overkomen? Ik kan me voorstellen dat anderen denken dat het niet mogelijk is om met mijn weekindeling zo over het kookpunt heen te komen, maar ik blijk goddank niet de enige en dus probeer ik mezelf niet te hard te beoordelen. Ik denk dat ikzelf de strengste beoordelaar ben van alles.
Vanmiddag heb ik met Schodo geluncht. Zij zal altijd een speciaal plekje in mijn hart hebben en niet uit mijn beeld hoeven te verdwijnen. Zowel mijn kind als zij wensen vriendschap in de toekomst, een mooi streven. Ik denk dat het een streven is waar ik een voorbeeld aan kan nemen. Vriendschap met mijn nieuwe ik, een ik die minder kan leveren dan vroeger, maar nog altijd heel gelukkig wordt van geven. Ik ga proberen te leven naar het advies van de arts van Thé Lau: Prepare for the worst, but hope for the best, enjoy as long as you can.


Vroeger was er een manier om te testen of er voldoende energie in een blokbatterij zat. Je zette eenvoudig je tong tegen de twee contactpunten en als er dan een onaangenaam elektrisch gevoel door het puntje van je tong stroomde wist je dat je batterij nog wel even meekon. Dat gevoel was netelig en is me altijd bijgebleven. Wie wil weten welk gevoel er nu in versterkte mate door mijn benen en armen stroomt, moet het maar eensproberen. Het is een het typisch kenmerk van zenuwpijn. 
Ik probeer het gevoel met mijn morfineneusspray te onderdrukken, maar het lukt tot nu toe niet echt. Ik loop de trappen in het huis op en neer en zoek excuses om niet acht de pc te kruipen. Maar de drang om te schrijven over de avonturen die zich gepasseerde week hebben afgespeeld is sterker. De ‘Loop voor Hoop’ is eindelijk voorbij. Er is een voorbereiding van weken aan vooraf gegaan. Niemand zal het geloven als ik zeg dat ik me er niet één keer mee bemoeid heb, maar het is echt waar. Arrie en Muis kunnen dit bevestigen aangezien zij samen het leeuwendeel op zich hebben genomen. De officiële organisatoren van de ‘Loop voor Hoop’ waren geen natuurtalenten en hebben door basale fouten heel wat kansen laten liggen. Dat was zeker niet het geval bij de kanjers van het ‘Conviva-team’, dank daarvoor.
Meer dan de geautoriseerde 113 lopers hebben zich in 24-uur tijd laten zien. Het gaf een beetje een Woodstock gevoel. Zittend op fleecedekens van Ikea, luchtbedden, verschillende maten en soorten campingstoelen en dekzeilen genoten we van het mooie weer. Langzaam verplaatsten we ons de eerste dag met het zonnelicht mee. Nieuwe vriendschappen werden gesloten en vele leuke gesprekken gevoerd. Geheel op eigen wijze hebben we deelgenomen aan een evenement dat met een lach en een traan werd beleefd.
Lopend tussen de wenszakken waarin kaarslichten brandden bedacht ik me hoe rijk ik ben met zoveel mooie mensen. Ik las teksten die me ontroerden omdat kanker of de dood zo een wrede uitwerking op het leven kan hebben. Maar ik heb vooral ook (stiekem) moeten lachen om het liederenaanbod van de vele koren die ze op het hoofdpodium hadden uitgenodigd. Het leek wel of je alvast een keuze kon maken uit de
melodieën-top-10 voor begrafenissen. Leden van de zangverenigingen liepen na hun optreden tussen de wenszakken door gelijk een stoet bij eenteraardebestelling. Wij daarentegen waren het leven toch grotendeels aan het vieren en hebben er dus een onvergetelijke 24-met (interviewprogramma van de VPRO) van gemaakt.
Na een dag uitslapen kwam het volgende avontuur, de uitzending van ‘Achter de voordeur’. Alweer een aantal maanden geleden is er drie dagen lang gefilmd om er in het totaal maar een half uur van uit te zenden. We hadden ons met een kleine club verzameld bij Catootje en de twins om hetgeheel te aanschouwen. Iedereen was lichtelijk gespannen omdat we de kern van de uitzending wel al kenden, maar het voorstuk waarbij ze langs de voordeuren gaan en het laatste deel waarbij Catootje in contact wordt gebracht met de bezoekers van haar huis, nog niet hadden gezien.
Ik ben, meer dan een gemiddeld mens, gevoelig voor wat anderen vinden van mij en de wijze waarop ik leef. Ondanks het feit dat ik het waag mezelf regelmatig in het centrum van de aandacht te zetten, blijven negatieve reacties langdurig aan me knagen. Vraag me niet naar het waarom, daar ben ik al mijn hele leven mee aan het worstelen. Ik ben in staat wakker te liggen over meningen van mensen die vaak niet eens belangrijk zijn in mijn leven. Dit feit zal voor menigeen een verrassing zijn. Ik weeg mijn woorden en daden af en evalueer mezelf dagelijks om alles zo goed mogelijk te doen. 
Tot nu toe heb ik geen directe negatieve reacties gekregen op ons optreden en deelname aan het programma. Ik kan me wel voorstellen dat Owen gemist werd in de uitzending. Ik had ook heel graag gewenst dat hij er een onderdeel van was geweest, hij is tenslotte mijn zoon en betekent alles voor me. Het doel van de programmamakers was om het portret van Catootje in beeld te brengen. Dat is ze goed gelukt. Uit de vele uren beeldmateriaal hebben ze moeten kiezen, daar hebben wij geen invloed op gehad, helaas. Mijn zoon en Schodo zouden van mij zeker een plek in het geheel hebben gehad.
Mijn benen voelen nog steeds elektrisch. Ik wil graag nog heel veel doen vandaag. Al is het alleen maar het opruimen van de restanten van het wonderbaarlijke weekend en de was die met regelmaat weer terugkeert uit de wasmachine. Ik weet nu weer waarom kamperen op een naturistencamping zo lekker was! Ik ruim zo nog even mijn post op die ik gelukkig nog steeds krijg. Net weer een brief van een leerkracht van de Kopklas waar ik ooit een schooljaar of twee met grote passie bij betrokken was.
Nog steeds word ik frequent bedankt voor de leuke tijd die ik met leraren en vakleerkrachten heb gehad. Eigenlijk zou ik hen willen bedanken, zij hebben ervoor gezorgd dat ik de mooiste (en ook uitdagendste) baan van mijn leven heb gehad.
Ik mis de input van nieuwe informatie. Ik heb zoveel geleerd door in klassen te kijken en te zien hoe professionals aan de slag waren. Ik was een doorgeefluik van informatie en had gelukkig de gave om deze niet belerend over te brengen. Nu breng ik deze schat aan KZA over. Ik hoop hem en anderen met vragen, ook gewoon over andere zaken in het leven, te kunnen helpen. Want daar word ik gelukkig van en dat maakt dat ik mijn elektrische benen vergeet. Mits het geen te grote opdrachten zijn, want daarvan breekt het zweet me uit. Ik wil nodig zijn en ook weer niet. Ik wil helpen en ook tijd voor mezelf. Jeetje, wat is mijn gebruiksaanwijzing toch ingewikkeld!











Alweer een hele tijd leef ik met de wetenschap dat ik niet meer in aanmerking kom voor extra behandelingen, behalve dan pijnbestrijding. Het voelde als een bevrijding toen ik de knoop had doorgehakt en het vierde met een bos bloemen voor mijn oncoloog en een afscheidskaart voor de infuusafdeling. Die bevrijding sloeg vorige week om in een radeloos gevoel. Het was zelfs zo heftig dat ik begon te twijfelen aan het nut van mijn bestaan op dit moment.
Eindelijk had ik gedaan wat mijn arts me adviseerde, een hele lege agenda met alleen maar zaken die voor mezelf van belang waren. Ik heb me vastgebeten in het maken van een hoes voor de massagetafel van ‘Vlinder’. Ik beloofde haar uit dank voor haar hulp een overtrek te maken voor het plateau waar nu vele anderen ook op gemasseerd worden. In mijn hoofd had ik het er druk mee en liep er volledig op vast. Ik merk de laatste tijd wel vaker dat ik in mijn hoofd blokkeer op werkzaamheden die ik vroeger in een handomdraai deed.
Ik leek te drijven op een grote oceaan van onzekerheid. Waar ga ik naartoe? Waar zit ik op te wachten? Aanvankelijk dacht ik dat er een waterval zou volgen en mijn fysieke kwaliteiten in een klap zouden afnemen tot op de bodem van het meer. Maar nu de medici prognosticeren dat mijn corporele verval met een geleidende schaal zal gaan, voel ik me drijvende midden op het zilte nat zonder dat er zicht is op land. Net als in de film ‘Life of Pi’ had en heb ik geen idee wanneer het definitieve continent  zal komen.
Wie door deze symboliek heen wil kijken weet wat ik met het definitieve continent zal bedoelen. Ik wil het wel de dood noemen, maar ik ben op zoek naar meer dan het woord alleen. Het begrip dood staat voor een momentopname, een muur. Maar ik ben meer gaan nadenken over de wereld die zich misschien daarna bevindt. Ik geloof niet in een hemel of iets daarboven. Ik word geen sterretje en al helemaal geen engel. Daarvoor zou ik me op aarde een beetje meer aan de conventies van het gewone leven moeten hebben gehouden ;-)
Ik sprak met de moeder van mijn ‘Maatje’. Ik ga met enige regelmaat bij haar op bezoek in haar seniorenflat. Ze heeft alles behalve een seniorengeest en ik vind haar een ontwikkelde vrouw met een eigentijdse denkwijze. We spraken over dat wat we verwachten na de laatste adem. Zij zei te weten wat het was, namelijk de alles omvattende liefde, en omschreef er tevens een bepaald gevoel bij. Ik omschreef haar wat ik presumeer. We bleken op één lijn te zitten en meenden precies te weten wat er te verwachten valt. Wit licht, als zachte watten en een bevrijding van de wereldse druk.
Na een aantal hele donkere dagen kwam er weer licht in mijn gevoel. Ik voelde me nog wel drijven, maar op die grote oceaan kom ik regelmatig eilandjes van geluk tegen. Een goed gesprek, een leuke avond in het Proeflokaal, op maandagochtend lachen met ‘de babbelclub’ (alle lieve en belangstellende 50+ sporters bij Sportcity), een injectie van ‘Prikzus’, een bezoek van mijn lieve ‘Spaanse vriendin’ die altijd mijn blogs redigeert en garant staat voor gespreksstof van niveau, Arrrie, Owen, Schzus met de strijkplank en een bootvaart door de grachten van Amsterdam met mijn ‘Lieve Lief’ vriendin en haar stoere zeebonk.
Het advies van mijn arts om me net als een zwangere vrouw die bijna gaat bevallen meer terug te trekken en tijd voor mezelf te nemen heeft geresulteerd in dagen van depressieve gevoelens. Ik denk dat het goed was om ook die donkere kant tot me te nemen. Om me bewust te worden van mijn mogelijkheden en ook van dat wat niet meer kan. Ik kan nog heel veel en voel me (weer) een rijk mens. Af en toe glij ik even weg, maar het vlot waar ik op zit blijkt nog stevig genoeg. Met sporten merk ik zelfs dat ik weer vooruitgang zie alhoewel de frequentie wel danig is afgenomen. Maar ik geloof niet dat iemand me dat kwalijk neemt.
Komend weekend gaan we 24 uur continu deelnemen aan ‘de Loop voor Hoop’. Ik hoop alle mensen die zich hebben ingeschreven om mee te doen allemaal te kunnen begroeten. Wat is er fantastisch veel geld binnengehaald en wat is er veel geknutseld en geschreven om de zakken van de meest ontroerende spreuken te voorzien. Hartjes, vlinders, stoere uitspraken, wensen voor overledenen, wensen voor zij die kanker hebben, het is overweldigend. Meer dan zevenhonderd zakken zijn verkocht. Ik weet zeker dat dit weekend een enorm eiland van geluk op mijn open water zal zijn.

 


Susanne Dijksterhuis was te gast bij de 'Late night show'. Ze vertelde over de schokkende ontdekking van borstkanker in haar wonderschone lichaam. Pas 29 jaar oud en grootse plannen voor de toekomst. Ze zei te willen vechten, met alles in haar, met bommen en granaten, desnoods met een atoombom. Het is zo begrijpelijk. Het leek precies op mijn reactie in 2009 toen bij mij een tumor werd ontdekt. Ik dacht ook te weten wie mijn vijand was en ik wist wie ik op zijn bek zou slaan. Ik heb het ook gedaan, geknokt en tijdelijk gewonnen. Zo strijdlustig was ik toen, nu weet ik dat dat strijden zo zinloos is omdat ik eenvoudig weg niet weet waar mijn vijand zich verstopt.
Na het inleveren van mijn telefoon op mijn (oude) werk van de week liep ik nog een keer de 'vaste route' die ik met mijn collega's talloze keren heb gelopen. Ik voelde me verdrietig, aangedaan en ook leeg. Ik voelde dat ik niet meer hoor op de plek waar met driftige werklust arbeid verricht wordt met een niet aflatend tempo.
Ik liep langs de winkels en kwam die 'mooie rooie' en de 'papiermeester' tegen. Zij lieten me weten dat ik er zo goed uitzie voor iemand met mijn vooruitzichten. Mooie auto, slechte motor, denk ik dan, het is zo verneukeratief. Zij staken me een hart onder de riem en ik moest mijn tranen bedwingen, ik wilde ze niet in verlegenheid brengen. Zij en nog flink wat andere (ex)collega's geven me het gevoel dat ik nog besta en mijn waarde heb behouden. Ik ben ze dankbaar voor dat speciale gevoel dat ze me geven.
Uit frustratie over mijn smart ben ik als lunch een patatje gaan halen. De vogels waren zo brutaal dat ze me aanvielen om een frietje uit mijn zak te pikken. Het voelde zo symbolisch, ik wilde bijna toegeven en mijn zak ongare piepers weggooien om van de aanvallers af te komen. Het leek alsof ze mijn zwakke en onzekere gevoel aanvoelden. Ik besloot in een split second dat dat niet mijn weg was. Ik ben als een hond in de aanval gegaan en heb iedere kouw (brutale beesten) tegemoet gelopen en toegeblaft. Ik wilde de baas zijn over de situatie en niet mijn eten laten stelen en zeker niet mijn zelfvertrouwen.
De 'vaste route' (ik wilde altijd een andere route omdat ik nou eenmaal anders ben) liep ik alleen en bewust. Ik mijmerde over de tijden dat we er met een groepje liepen. Meestal was ik een van de enige met geschikt schoeisel omdat ik toch een iets controversiëler of milder gezegd aparter type was. Jarenlang kwam ik met de motor en verontschuldigde ik me bij scholen bij een eerste contact dat ik me eerst uitkleedde alvorens me voor te stellen, en dat dat normaal gesproken in het normale leven andersom het geval is. Meestal was het ijs dan wel gebroken. Ik heb wel altijd een beetje moeten vechten tegen het imago een stoere tante te zijn. Want laten we eerlijk zijn in mijn hart ben ik een zacht ei en zeer gevoelig.
De natuur in de duinen stond in volle bloei. Wat was het lang geleden dat ik de heuvels op en afliep. Ik merkte zo duidelijk het verschil met een jaar geleden. Niet alleen aan de energie en het pijnlevel. Ik ben zoveel meer met het leven bezig en daardoor ook zo intens aan het existeren. Ik heb er de ruimte en de tijd voor, gelukkig. Tussen de bomen stond af en toe een boom die volledig was aangetast door rupsen. Waarom die ene boom en de boom ernaast niet? Willekeur? Pech?
Als een aangevreten boom heb ik de duinen achter me gelaten en geprobeerd los te laten. De focus moet liggen op wat er voor me ligt. Dat ik af en toe stijg en daal, net als in het duingebied, hoort er bij.
Er is geen dag die ik nog opsta zonder de gedachte dat ik een aangevreten boom ben. Vooral als ik fiets en wandel dan drijven mijn gedachten mijn geest alle kanten op. Ik stel me voor hoe alles zal gaan. Ik wil jullie deze gedachten voor nu nog even besparen. Ik denk dat iedereen wel weet wat mijn meest gevreesde plaatje is. Om mijn zienswijze te doorbreken geef ik mezelf opdrachten. Ik denk na over constructies om een broek te naaien of over kussens, wandkleden of wat ook meer. Als het maar een beetje puzzels zijn die mijn mateloze creativiteit prikkelen.
Arrie wordt de laatste weken volledig in beslag genomen door de 'Loop voor hoop' actie. We hebben al meer dan honderd vrienden die mee willen lopen. Daarmee halen we als 'Conviva' team absoluut een record. Ik vind het zo fantastisch en ik voel me gedragen in mijn agonie (sjiek woord voor lijden want dat klinkt zo zwaar). Arrie en Muis (en vele andere enthousiastelingen) hebben samen iets meer dan vijfduizend euro binnengehaald, mits iedereen zijn sponsorbedrag overmaakt nartuurlijk.
Ik ben van plan om op 24 mei bij de start te zijn. Ik schijn als eregast nog in de watten te worden gelegd ook. Daarna ga ik me neerleggen (letterlijk en figuurlijk) bij kamp 'Conviva'. Ik zal er dag en nacht doorbrengen. Ik zie wel hoe het verloopt, met morfine en misschien met behulp van wat plantaardige medicatie. Het zal een 'once in a lifetime experience' worden. Ik ben erkentelijk voor zoveel bijval. De 'Loop voor Hoop' zal een uiting worden van sympathie en kameraadschap.
Ik ben dankbaar voor de steun, de kaarten die nog steeds, door sommigen zelfs maandelijks, gestuurd worden. I'm blessed. Desondanks houden gevoelens van neerslachtigheid me soms in een wurggreep. Mijn arts geeft aan dat ik nu zelf mag bepalen wanneer ik haar wil zien. Ik krijg geen scans meer of MRI's. Het voelt vreemd om in de wachtkamer van het leven te zitten en niets te weten over wat en hoe. Ik voel de rupsen kruipen en sla met al mijn kracht de zwarte vogels van me af. Want met een beetje moeite moet dat lukken. Ik wil me niet op hen richten, maar op de zon die mijn tempel beschijnt.